Femke van Bree (33)

Landschapsplanoloog

Werkt bij: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Functie: projectleider binnen het programma Lekker Groen!
Beroep: landschapsplanoloog
Passende opleiding: Landinrichtingswetenschappen

Handige eigenschappen om te bezitten

Doorzetter, maatschappelijk betrokken, milieubewust, leidinggevende kwaliteiten, creatieve denker, goed en makkelijk communiceren.

Werk en bedrijf

“Ik werk als projectleider bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Sinds kort zit ik in een projectenpool. Dit is een groep projectleiders die op verschillende projecten binnen het ministerie worden ingezet. Je moet een aantal jaren werkervaring hebben om binnen zo’n pool te komen, ik heb er ook gewoon voor moeten solliciteren binnen het ministerie. Het leuke aan deze pool is dat ik zelf uit de beschikbare projecten kan kiezen en hier invulling aan kan geven. Nu ben ik projectleider bij Lekker Groen!. Dat is een programma waarbij jongeren worden betrokken bij voedsel en groen in hun directe omgeving. Mijn project richt zich specifiek op jongeren uit achterstandswijken. Toen ik het project startte heb ik eerst een opdrachtbevestiging geschreven voor mijn interne opdrachtgever. Hierin heb ik in grote lijnen beschreven wat ik binnen het jaar, de tijd dat dit project duurt, ga doen. Dit is een formeel document waarin je afspraken vastlegt en die ook wordt gebruikt als leidraad bij de evaluatie achteraf. Daarna ga ik een plan van aanpak schrijven, waarin ik veel gedetailleerder beschrijf wat ik ga doen.”

Werkzaamheden
“Voor mij is geen dag hetzelfde. Ik ben heel veel op pad en zit weinig achter de computer. Vaak ga ik kijken bij projecten waar jongeren met voedsel en groen bezig zijn. Vanmiddag ga ik bijvoorbeeld naar het Zuiderpark in Den Haag. Daar loopt een project met moestuinen waar jongeren hun maatschappelijke stage kunnen lopen. Ik ga eens kijken hoe het er aan toe gaat zodat ik collega’s daarover kan informeren. Op maandag vergader ik veel, dat is de dag dat de meeste collega’s op kantoor zijn dus is het een goed moment om bij te praten over projecten. Dinsdag, woensdag en donderdag ben ik voornamelijk op pad voor mijn werk. Ik bezoek projecten of ga bijvoorbeeld naar een inspiratiebijeenkomst waarvoor ik ben uitgenodigd. En op vrijdag probeer ik altijd alle zaken te doen waar ik niet aan ben toegekomen de rest van de week. Zoals mails beantwoorden of een plan schrijven.”

De leuke en minder leuke kanten
“Ik werk met een leuke groep mensen aan belangrijke onderwerpen, natuur en voedsel, dat maakt het werk voor mij heel leuk. Het geeft mij een gevoel dat ik met iets maatschappelijk belangrijks bezig ben. Minder leuk is de langdradigheid van de ambtenarij. Als je goed je best doet, heb je er niet zoveel last van, maar soms moet er gewoon een nota geschreven worden. Bijvoorbeeld aan de minister. Hierin vraag ik dan of ze bijvoorbeeld aanwezig kan zijn bij de opening van een project. Dit moet door iedere laag binnen het ministerie getekend worden en er is veel gedoe om kleine zaken als punten en komma’s.”

Jongeren en het belang van natuur
“Wat het ministerie doet is belangrijk voor de maatschappij. Wat ik specifiek doe vind ik belangrijk, omdat ik wil dat jongeren een idee hebben van wat er om hen heen groeit en bloeit, maar ook waar hun voedsel vandaan komt. Wat voor beesten er in het bos voorkomen of hoe verschillende vruchten smaken. Als je dat niet doet, denk ik dat jongeren te ver weg van de natuur komen te staan. Ze weten dan niet eens meer waar hun voedsel vandaan komt. En als ze dat niet meer belangrijk vinden, verdwijnt het groen in de stad en de natuur daarbuiten heel snel. Want de jongeren van nu zijn de beslissers van later. Het opwarmen van onze aarde, schonere lucht en een gezond leven in een veilige omgeving, het zijn allemaal directe gevolgen van hoe jongeren omgaan met de natuur om hen heen. Dat maakt mijn werk maatschappelijk belangrijk.”

Studie
“Op mijn 16e wilde ik industrieel ontwerper worden. Dat ben ik dan ook gaan studeren. Maar ik kwam er vrij snel achter dat het net te technisch was voor mij. Ik heb ook Landschapsarchitectuur gedaan, maar dat was voor mij teveel gericht op alleen maar ontwerpen. In Wageningen kun je je eigen doctoraal opstellen en toen heb ik een goede mix kunnen maken van dingen die ik leuk vind. Het werd landschapsarchitectuur, planologie, natuur en recreatie & toerisme. In mijn pakket kwamen wel technische vakken voor, zoals kaarten tekenen, en werken met geografische informatie systemen (GIS), maar er was ook veel ruimte voor de bestuurlijke kanten. Ik heb telkens gezocht naar de spanning tussen twee disciplines, bijvoorbeeld stad en natuur. En dat doe ik nog steeds. De opleiding heeft me inhoudelijk geïnspireerd voor (en ook voorbereid op) wat ik nu doe.”

Doorgroeien
“Ik mag drie jaar in deze pool werken. Daar heb ik een ontwikkelingsplan voor geschreven. Ik wil een stevige projectleider worden, daar ga ik naar toe groeien. Ik heb ook al enkele cursussen gevolgd, vooral gericht op persoonlijke ontwikkeling en hoe je een project kunt leiden. Nu wil ik me ook richten op het leiding geven aan  mensen. Ik word daarin binnen dit project begeleid door mijn programmamanager. Deze drie jaar zijn voor mij dus ook een leertraject. Je kunt daarna veel kanten op. Ik wil graag binnen het ministerie blijven, er zijn nog zoveel projecten die ik interessant vind. Ik ambieer niet echt een management functie: het leidinggeven an sich vind ik zonder inhoud niet interessant.”