Puck Moll (27)

Moleculair wetenschapper

Werkt bij: AMOLF
Functie: oio (onderzoeker in opleiding)
Beroep: moleculair wetenschapper
Passende opleiding: Moleculaire Wetenschappen.

Handige eigenschappen om te bezitten

Oplossingsgericht, kritisch, creatief, objectief, doorzettingsvermogen.

Werk en bedrijf

“AMOLF is een natuurkundig onderzoeksinstituut waar ik vier jaar lang onderzoek doe om uiteindelijk over dit onderzoek een proefschrift te schrijven, om te promoveren dus. Ik ben een oio, een onderzoeker in opleiding. Ik doe onderzoek naar quantum dots, ook wel nanokristallen genoemd. Dan heb je het over deeltjes die ontzettend klein zijn, niet te zien met het blote oog. Quantum dots hebben een aantal eigenschappen die ze interessant maken om te gebruiken in zonnecellen. In mijn onderzoek probeer ik meer te weten te komen over deze eigenschappen en kijk ik hoe ik een efficiëntere zonnecel, efficiënter dan de huidige zonnecel, kan maken met het gebruik van deze quantum dots. Het instituut waar ik werk, bestaat uit een groot aantal onderzoeksgroepen. Aan het hoofd van zo’n groep staat een professor. Naast oio’s zitten er ook postdocs in zo’n groep, zij zijn al gepromoveerd en zijn bezig aan een ‘vervolgonderzoek’, vaak ondersteunen zij ook oio’s. Ik werk met vier andere mensen binnen mijn groep. De sfeer is heel goed, we doen ook regelmatig dingen met elkaar. We gaan uit eten, schaatsen, of zeilen bijvoorbeeld.”

Werkzaamheden
“Een groot deel van mijn tijd breng ik in het lab door. Wij hebben een versimpeld model van een zonnecel gebouwd met daarin de nanokristallen verwerkt en door middel van experimenten met laserstraling proberen we vervolgens te achterhalen hoe de nanokristallen hun werk doen. Na het doen van experimenten ga je de resultaten uitwerken. Vervolgens schrijf ik op basis van de resultaten wetenschappelijke artikelen, dit alles gebeurt in het Engels. Op basis van die artikelen ga ik over drie jaar ook mijn proefschrift schrijven.”

Creatief werk
“Ik heb veel kennissen en vrienden die in de kunstwereld werken. Zij zijn steeds weer bezig met iets nieuws te bedenken, steeds op zoek naar een nieuwe manier van kijken naar zaken. Dat doe ik in feite ook, creativiteit en oplossingsgerichtheid zijn naar mijn mening twee belangrijke eigenschappen in mijn vakgebied. In die zin zie ik veel overeenkomsten in het werk van kunstenaars en dat van wetenschappelijke onderzoekers.”

Lange dagen in het lab
“Het merendeel van de tijd breng je door in het lab. Het is niet zo dat iedereen overal in witte jassen rondloopt, die draag je vooral in de ‘natlabs’, de labs waar met vloeistoffen wordt gewerkt, of waar op een andere manier sprake is van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Ik draag in mijn laserlab bijvoorbeeld meestal geen labjas. Ook hebben we vaak de radio aanstaan. Wij werken met lasersystemen en dat betekent dat je soms lange dagen maakt. Eerst moet je het systeem op gang krijgen (uitlijnen zoals wij het noemen, dat wil zeggen alle laserbundels ‘netjes in het gareel krijgen’) en dan kun je pas echt gaan meten. Soms begin je om negen uur ‘s morgens en sta je om twee uur ’s nachts nog in het lab en als het echt goed loopt haal je ook wel eens de morgen. Ondanks deze soms lange dagen vind ik het fantastisch om in het lab te staan. Mijn drijfveer is om te begrijpen hoe dingen om mij heen werken, in mijn geval zijn dit ‘dingen’ van slechts een tiental nanometers groot. Als onderzoeker val je niet snel in herhaling, je maakt steeds weer nieuwe stappen.”

Studie en carrière
“Ik ben behoorlijk breed georiënteerd. Ik heb zelfs overwogen architect te worden, maar natuurwetenschappen trok me uiteindelijk toch meer. Ik vond de bètavakken op de middelbare school erg leuk, een onlogische keuze was dit dus niet. Moleculaire Wetenschappen, de studie die ik gevolgd heb, is een brede studie. Je krijgt vakken in zowel biologie, als scheikunde en natuurkunde. In de loop van het tweede jaar kun je je meer gaan toespitsen op een bepaalde richting. Oorspronkelijk wilde ik de biologische kant op, voornamelijk de moleculaire biologie trok mij (onderzoek naar DNA bijvoorbeeld). Maar uiteindelijk ben ik een totaal andere kant opgegaan, namelijk die van de fysische chemie. Na mijn studie heb ik anderhalf jaar bij TNO gewerkt, omdat ik graag wilde zien hoe het er in het bedrijfsleven aan toe gaat. Daar werd het mij duidelijk dat ik toch graag een promotie wilde doen en zo ben ik bij het AMOLF beland. Mijn promotieonderzoek is nog meer fysisch georiënteerd dan mijn afstudeeronderzoek, al met al ben ik dus van de biologie naar de natuurkunde verhuisd.”

Doorgroeien en verdiensten
“Als je na je promotieonderzoek iets wilt blijven doen binnen de universitaire wereld dan kun je postdoc worden. Je kunt ook het bedrijfsleven in. De keuze voor één van de twee hangt sterk af van naar welk type onderzoek jouw voorkeur uitgaat. Misschien wil je wel heel graag aan de ontwikkeling van een bepaald product werken en kan dat bij een bepaald bedrijf. Of wil je je verder verdiepen in het werkingsmechanisme van bijvoorbeeld quantum dots, dan kun je op zoek gaan naar een onderzoeksgroep binnen een universitaire setting (eventueel in samenwerking met het bedrijfsleven) die hier onderzoek naar doet. Voor mijzelf is het belangrijk dat er een praktisch tintje aan mijn onderzoek zit, zoals nu met de zonnecellen. Als oio verdien je niet heel veel, het eerste jaar is 2000 bruto het gemiddelde. Vervolgens gaat je salaris elke jaar omhoog. Onderzoeker zijn doe je niet voor het geld, maar omdat het jouw passie is.”